NLFRDE
Houten beeld van een eend, EEND 2026

De pracht van het onaanzienlijke

Marcel Warmenhoven — beeldhouwer in sloophout en kunsthars

Introductie

Het materiaal heeft al een geschiedenis

Telkens opnieuw leidt de tegenstelling tussen de door Marcel Warmenhoven gekozen materialen en de uiteindelijk gerealiseerde vorm van diens werk tot verbazing.

Warmenhoven (Rotterdam, 1954) bouwt sinds 1980 grote mens- en dierfiguren uit gebruikt hout: stoelpoten, kleerhangers, pollepels, schoenspanners. De enige bewerking die het hout ondergaat is het zagen; daarna recyclet hij de houtstukjes tot delen van het lichaam. Naast zijn werk in sloophout maakt hij dieren in kunsthars met bewerkte ‘huiden’ van kralen, vlas of confetti.

Zijn beelden vinden hun weg naar musea, bedrijven en particulieren in binnen- en buitenland. Hij wordt vertegenwoordigd door Galerie Année (Haarlem) en ArtCompany (Eindhoven) en woont en werkt sinds 2007 in Sint-Annaland (Zeeland).

Marcel Warmenhoven aan het werk in zijn atelier, Maastricht circa 1980

Atelier Maastricht

circa 1980 — de eerste houten beelden

Uit het oeuvre

Houten beeld van een eend, EEND 2026

EEND

2026 — privé collectie

Recente werken →

Houten beeld van een miereneter, MIERENETER (VERMILINGUA) 2024

MIERENETER (VERMILINGUA)

2024 — privé collectie

Recente werken →

Houten beeld van een vos, VOSS 2012

VOSS

2012 — 137 × 80 × 30 cm — collectie ART COMPANY, Eindhoven

Vossen & kleine dieren →

Houten beeld van een nijlpaard, HIPPOPOTAMUS 2020

HIPPOPOTAMUS

2020 — 300 × 115 × 100 cm — Kunst van het Geloven, Nepomukkapel Boxmeer

Het verhaal van het nijlpaard →

Pelsrob in kunsthars met gouden kralenhuid, PELSROB 2004

PELSROB

2004 — collectie ART COMPANY, Eindhoven

Kunsthars →

IJsbeer in kunsthars, IJSBEER 2008

IJSBEER

2008 — 40 × 15 × 15 cm — oplage 5

Beren in kunsthars →

Deze kleine wandobjecten houden het midden tussen surrealistische stillevens en bühne-ontwerpen die zodanig suggestief zijn, dat de objecten op dit toneel — vreemde schaakstukken — elk ogenblik aan hun rol lijken te willen beginnen.

Cees van der Geer, Haagsche Courant, 22 november 1991